Burgelijk fatsoen en vanzelfsprekend handelen

Wat heeft het burgerlijk fatsoen ons toch vast in zijn greep! “Wat zullen ze wel van me zeggen? Kun je alleen leven, vooral als vrouw zonder dat ze lelijke opmerkingen zullen gaan maken? Burgerlijk fatsoen is een dekmantel voor de schijnheilige; in gedachten begaan we alle mogelijke misdaden, maar uiterlijk beschouwd valt er niets op ons aan te merken. Zij wilde graag fatsoenlijk zijn en daarom verkeerde ze in verwarring. Als innerlijk alles je helder is, dan is, merkwaardig genoeg, alles wat er maar gebeuren mag precies goed. Als je over die innerlijke helderheid beschikt, dan is het goede niet dat wat je graag zou willen, maar dan is dat wat is, onverschillig wat het is, het goede. Inzicht in dat wat is geeft ware voldoening. Wat is het echter moeilijk om helderheid te krijgen!

Hoe moet het me helder worden wat ik zou moeten doen?
Het is niet zo dat handelen op helderheid volgt: helderheid is handelen. U maakt zich echter bezorgd over wat u moet doen, en niet over hoe
u helderheid krijgt. U staat in tweestrijd tussen het fatsoen en dat wat u te doen staat, tussen de hoop en dat wat is. Het tweeledige verlangen,
enerzijds naar het fatsoen en anderzijds naar de een of andere ideale handeling, leidt tot conflict en verwarring; pas als u in staat bent dat
wat is te zien, krijgt u helderheid. Dat wat is, is iets anders dan dat wat zou moeten zijn, want dat is begeerte, vertekend naar een bepaald pa-
troon; dat wat is, is het feitelijke, niet dat wat wenselijk is, maar de feiten. Vermoedelijk hebt u het nooit op deze manier benaderd, u heeft
nagedacht of slimme berekeningen gemaakt, het een tegen het ander afgewogen, plannen gemaakt en weer andere, tegengestelde plannen,
wat dan kennelijk tot de verwarring heeft geleid, die u nu doet vragen wat u moet doen. Wat ook de keuze is, die u in deze toestand van verwar-
ring maakt, ze kan alleen maar tot nieuwe verwarring leiden. Zie dit, heel eenvoudig en direct, in en u zult dat wat is zonder enige vertekening
kunnen waarnemen. Het onuitgesprokene handelt zelf. Als dat wat is u helder voor ogen staat, zult u zien dat er geen sprake van kiezen is,
maar alleen van handelen, en dan zal de vraag “wat staat me te doen’ zich helemaal niet voordoen; zo’n vraag ontstaat alleen als je te maken
hebt met de onzekere situatie van het kiezen. Handelen is van een andere orde dan kiezen; handelen vanuit een keuze is handelen vanuit ver-
warring.  onder ook maar enige invloed van de overtuigingskracht van het burgerlijk fatsoen, van berekenend eigenbelang of van de geest van het
marchanderen. Het is me helder, maar het is moeilijk om die helderheid in stand te houden, niet?

Helemaal niet. In stand houden betekent zich verzetten. Het is niet zo dat je de helderheid in stand houdt, terwijl je je verzet tegen de verwar-
ring: je ervaart wat verwarring is, en je ziet dat onverschillig welke handeling daaruit voortvloeit onvermijdelijk nog meer verwarring bete-
kent. Als je dat alles ervaart, en dan niet omdat iemand anders het heeft gezegd, maar omdat je het zelf rechtstreeks ziet, dan heb je te maken
met de helderheid van dat wat is; je houdt die helderheid niet in stand, die is er.
Ik zie volledig in wat u bedoelt. Ja, het is me helder; alles is in orde.

Commentaar op het leven, blz. 182, r. 5
Jiddu krishnamurti

Leave a comment

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>